Auteursrecht en naburige rechten
In het kort
Auteursrecht
Het auteursrecht is het exclusieve recht van de maker (de auteur) op zijn werk van literatuur, wetenschap of kunst. Het auteursrecht dient om de economische en immateriële belangen van de auteur te beschermen en is geregeld in de Auteurswet 1912.
De begrippen literatuur, wetenschap of kunst mag u breed opvatten. Zo is bijvoorbeeld ook een softwareprogramma auteursrechtelijk beschermd. In artikel 10 van de Auteurswet 1912 is precies geregeld wat er onder de begrippen literatuur, wetenschap of kunst valt.
Door het auteursrecht kunt u bepalen hoe, waar en wanneer uw werk wordt gepubliceerd of vermenigvuldigd. Het auteursrecht kunt u overdragen aan anderen.
Naburige rechten
Naburige rechten lijken op het auteursrecht. Zij hebben ook dezelfde funtie. Daar waar het auteursrecht de maker van het werk beschermt, beschermen de naburige rechten de vertolker van het werk. Bijvoorbeeld musici, dansers en acteurs. Concreter: het auteursrecht beschermt bijvoorbeeld de schrijver van een liedtekst en de schrijver van de muziek van dat lied; de naburige rechten beschermen de zanger van het lied.
De Wet op de naburige rechten dateert van 1993 en geeft de uitvoerend kunstenaar het recht te beslissen over opname, vermenigvuldiging of uitzending van zijn uitvoering.
Praktische informatie
Het auteursrecht op een werk ontstaat automatisch. U hoeft hiervoor dus geen aanvraag, registratie te doen of een andere formaliteit te verrichten. Ook de vermelding van het bekende (c)-teken is niet vereist voor het ontstaan van uw auteursrecht. Ook is niet vereist dat het werk al ‘voltooid’ is. De enige voorwaarden voor het ontstaan van uw auteursrecht zijn dat uw werk ‘origineel’ is en dat het ‘waarneembaar’ moet zijn. Het ‘orginaliteitsvereiste’ wil zeggen dat in het werk iets van een persoonlijke stempel is te herkennen. De eis van waarneembaarheid betekent dat het werk te lezen, zien of horen moet zijn. Zo zijn bijvoorbeeld ideeën of gedachten niet auteursrechtelijk beschermd.
Het auteursrecht op een werk geldt tot 70 jaar na de dood van de maker. De termijn van 70 jaar gaat in vanaf 1 januari volgend op het sterfjaar van de auteur.
Om geschillen te voorkomen is het vaak verstandig vast te leggen wanneer een werk is ontstaan. Dit kan handig zijn als twee partijen menen dat zij maker zijn van een werk. U kunt dit bijvoorbeeld doen bij het Benelux-Bureau voor de intellectuele eigendom (BBIE), maar er zijn ook andere manieren.
U kunt uw auteursrecht of het gebruik daarvan overdragen aan een ander. Dit kan door het verkopen van de uw rechten, maar ook door het verlenen van een licentie op het gebruik van het beschermde werk. Bij een licentieovereenkomst blijft u eigenaar van het auteursrecht, maar staat u toe dat de licentienemer onder bepaalde voorwaarden (bijvoorbeeld het betalen van een vergoeding) gebruik kan maken van uw werk.
Let op:
Soms bent u wel de maker van het werk, maar bepaalt de wet dat het auteursrecht toekomt aan iemand anders. Het meest bekende voorbeeld is dat als iemand in loondienst een werk maakt, het auteursrecht toekomt aan de werkgever. De Auteurswet bepaalt ook dat als een werk tot stand komt naar ontwerp van een ander en onder leiding en toezicht van die ander, dat die ander dan de auteursrechthebbende is. In veel gevallen is deze regel duidelijk (de bouwvakker die een huis bouwt naar het ontwerp van een architect wordt door het bouwen natuurlijk niet de auteursrechthebbende op het ontwerp). In andere gevallen is de regel niet altijd duidelijk. Wij raden u daarom aan om bij het aangaan van een opdracht altijd duidelijk vast te leggen dat u auteursrechthebbende bent op dat wat u in het kader van uw opdracht maakt.
Hoe werken de regels?
Maakt iemand in strijd met uw auteursrecht gebruik van uw werk, dan kunt u dat in de meeste gevallen verbieden. De Auteurswet 1912 bevat een aantal uitzonderingen waarbij u moet dulden dat uw werk zonder uw toestemming mag worden gebruikt.
In sommige gevallen is het gebruik van uw werk toegestaan, mits daarvoor een billijke vergoeding wordt betaald. Deze billijke vergoedingen worden meestal centraal geïnd door daarvoor aangewezen landelijke ‘incasso-organisaties’. De meest bekende zijn BUMA/Stemra voor muziekauteursrechten en de Stichting Reprorecht voor de reprorechtvergoeding. De naburige rechten worden geïnd door SENA.
Betalen voor muziekgebruik bij kantoor aan huis?
Veel zzp´ers hebben hun kantoor aan huis. Als u op uw werkplek thuis naar muziek luistert, is dit te zien als huiselijk gebruik. U bent dan geen vergoeding verschuldigd, mits u de enige ´werknemer´ bent die de muziek kan horen. Ook als u ergens anders kantoor houdt en u uitsluitend voor uw eigen genoegen naar muziek luistert, bent u geen vergoeding verschuldigd. Ook hier geldt weer de voorwaarde dat u de enige ´werknemer´ bent die de muziek kan horen. Uiteraard bent u in het geheel geen vergoeding verschuldigd als u op uw werkplek geen geluidsinstallatie hebt.