-
3009 | 1030-09-2010 | Nieuws
Nieuwe auteurswet mag niet belemmerend zijn voor zzp'ers
Het kabinet stelt een wijziging voor in de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten. Het voorstel heeft als doel om de positie van de maker ten opzichte van de exploitant te versterken. Het Ministerie van Justitie heeft besloten om een openbare internetconsultatie te houden over deze voorstellen en PZO heeft gereageerd op deze oproep. Afgelopen zomer heeft de PZO commissie Auteursrecht zich gebogen over de voorstellen en er is een reactie geformuleerd.
Samenvatting van de PZO-inbreng:
PZO heeft bij deze consultatie aandacht gevraagd voor de gevolgen die het wetsvoorstel heeft voor zzp’ers. PZO vindt het een positieve ontwikkeling dat de bijzondere positie van ‘makers’ –vaak zzp’ers- wordt erkend in het wetsvoorstel. Door de voorgestelde wijzigingen in de wet zal de onderhandelingspositie van de auteur sterker worden. PZO vindt dat op dit moment deze onderhandelingspositie te vaak onder druk te komt te staan in de praktijk. Het overdragen van het auteursrecht wordt immers regelmatig standaard als een vereiste gesteld. Aan deze praktijk wordt met dit voorstel een einde gemaakt.PZO ziet wel een aantal risico’s als overdraagbaarheid van het auteursrecht in de toekomst niet meer mogelijk is. Het is bijvoorbeeld lastig in te schatten wat de gevolgen zijn voor de inzet van zzp’ers in bepaalde sectoren. Indien overdracht van het auteursrecht alleen mogelijk is in het geval van de zogeheten fictieve makers, dan kan de situatie ontstaan dat opdrachtgevers er minder snel voor kiezen om zzp’ers in te schakelen voor een opdracht. Een tweede punt van aandacht is dat in de praktijk zzp’ers regelmatig met andere auteurs een werk maken. In deze gevallen is het dan ook gebruikelijk dat het auteursrecht van het uiteindelijke product wordt overgedragen aan de exploitant.
De voorkeur van PZO gaat uit naar duidelijke wetgeving die de onderhandelingpositie van de auteur verstevigt, maar waar geen onnodige regels en administratieve lasten uit voortvloeien. Het is daarom van groot belang dat er goede modelcontracten worden ontwikkeld, waar de makers en opdrachtgevers baat bij zullen hebben. Wij zijn daarbij geen voorstander van bindende collectieve overeenkomsten, omdat dit de zelfstandigheid van de maker ondermijnt.